Politie waarschuwt voor digitale vrijstaat

Politie waarschuwt voor digitale vrijstaat

In een Rondetafelgesprek informeerden politie en Openbaar Ministerie op 29 januari de Tweede Kamerleden in de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie over de grote waarde van telecommunicatiegegevens voor de opsporing van ernstige strafbare feiten. Zij vinden het van essentieel belang dat telecom- en internetproviders bepaalde communicatiegegevens gedurende een bepaalde periode verplicht bewaren.

Allerlei criminaliteitsvormen zouden zonder internet niet of nauwelijks bestaan. Denk aan cybercrime zoals DDOS-aanvallen, maar ook verspreiding van virussen en kinderpornografie. Zulke criminaliteit laat ook nagenoeg uitsluitend op internet sporen na. In dit soort zaken is een IP-adres vaak het belangrijkste aanknopingspunt voor de identificatie van de dader(s). Voor strafrechtelijk onderzoek zijn gebruikers en internetverkeersgegevens dan ook absoluut onmisbaar.

Relaties vaststellen 

Daarnaast zijn telefonie- en internetgegevens van belang bij het opsporen van delicten zoals roofovervallen, zedendelicten en moord of doodslag. Ze ondersteunen de klassieke opsporingsmethoden door bijvoorbeeld relaties vast te stellen tussen slachtoffer en mogelijke dader of daders onderling. Zulke data geven sturing aan het onderzoek of dienen als bewijs.

Digitale vrijstaat 

Politie en OM vinden het lastig exact aan te geven wat de gevolgen zijn als herziening van de Wet Bewaarplicht leidt tot het inperken van datagebruik. In zijn algemeenheid gesteld wordt de kans op daderidentificatie erg klein bij internetgerelateerde criminaliteit of als internetcommunicatie een belangrijke rol speelt. Een digitale vrijstaat is voor bepaalde delicten in dat geval niet denkbeeldig.

Zwaardere opsporingsmiddelen 

Andere opsporingsonderzoeken gaan door deze beperking ongetwijfeld meer tijd en capaciteit kosten. Zeker als een telefoonnummer of IP-adres het enige aanknopingspunt biedt. Ook zijn politie en justitie genoodzaakt om ter compensatie van de ontbrekende gegevens veel zwaardere opsporingsmiddelen in te zetten. Bijvoorbeeld observatie en tappen leiden juist tot een grotere privacyschending en zullen in een aantal gevallen geen oplossing bieden.

Gericht bevriezen 

Als argument voor het afschaffen van de bewaarplicht verwijzen sommigen naar de periode waarin aanbieders veel gegevens bewaarden voor hun eigen bedrijfsvoering. Dat gebeurt nog steeds, maar in aanzienlijk mindere mate. Tegenwoordig is dat voor de aanbieders weinig relevant en wellicht in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens. Anderen zien gericht bevriezen als een goed alternatief voor data-retentie. Dat is het echter niet. Bevriezing van data is uitsluitend effectief als de politie direct na het misdrijf een vermoeden heeft van het wat, waarom, wie, enzovoort. In de praktijk duurt dat vaak langer en zijn de benodigde gegevens al vernietigd.

Wettelijk geregeld 

Politie en justitie zijn zich terdege bewust dat het bewaren van data inbreuk maakt op de privacy van burgers. Er bestaan echter geen alternatieven, omdat zij vooraf geen onderscheid aan kunnen brengen tussen de gegevens van alle burgers en de gegevens van recidivisten of verdachten van ernstige strafbare feiten. Het recht op privacy is grondwettelijk geregeld en zeker van groot belang in onze samenleving. Daarom is het gebruik van de bewaarde gegevens wettelijk geregeld, zodat dit op een zitting te toetsen valt. Het privacybelang moet worden afgewogen tegen het belang van een veilige samenleving.

Internetaankopen 

Om welke data en gegevens gaat het eigenlijk? Het betreft de zogenaamde NAW ( naam-adres-woonplaatsgegevens) van telefoonnummers en IP?adressen. Zulke gegevens laten bijvoorbeeld zien welk nummer belde of sms’te met welk ander nummer en waar. Voor IP-adressen worden alleen de log-on- en log-off gegevens bewaard. Politie en justitie hebben dus absoluut geen zicht wat burgers met elkaar bespreken, sms’en, appen en chatten, welke internetaankopen zij doen enzovoort.

Hardnekkig misverstand 

Nadrukkelijk wijzen politie en justitie op het hardnekkige misverstand dat gegevens van alle burgers centraal worden bewaard voor nadere analyses. Aanbieders slaan zulke gegevens inderdaad tijdelijk op. Dit gebeurt volgens wettelijk voorschrift, waarop het Agentschap Telecom toezicht houdt. Opsporingsinstanties kunnen dus beslist niet willekeurig en naar believen gegevens opvragen en analyseren. Er moet altijd de verdenking van een ernstig misdrijf aan ten grondslag liggen.

Altijd afweging 

Ook wordt eerst een afweging gemaakt tussen privacyschending en het belang van de opsporing en gekeken of er minder privacy-schendende manieren zijn om de benodigde informatie te verkrijgen. Politie en Openbaar Ministerie vragen jaarlijks tienduizenden keren telecomgegevens op. Het beeld dat zij daarmee zonder goede redenen inbreuk op de privacy van burgers is dan ook volstrekt misplaatst. Het opvragen van dergelijke data gebeurt uitsluitend omdat het vaak tot resultaat leidt, de criminaliteit terugdringt en daarmee de veiligheid van burgers bevordert.