Iedereen kent het beroep wel, gillende sirenes en grote voertuigen door de straten die enorm veel herrie maken. Dit betekent dat er minstens zes man onderweg zijn om hulp te verlenen of brand te bestrijden.
Wat voor type kazernes zijn er:

De brandweer kent twee verschillende soorten type kazernes. Een beroepskazerne en een vrijwilligerskazerne. Dat tweede is een belangrijk aspect wat zeker niet vergeten mag worden. In Nederland zijn ruim 27.500 brandweermensen aan het werk. Van deze mensen zijn er 22.500 vrijwilliger en 4500 beroeps brandweerlieden.
De beroepskazerne:
De beroepskazerne wordt door minimaal zes personen bemand. Zij bezetten dan een tankautospuit waar zeven brandweerlieden in kunnen. De zevende plek word opgevuld door een stagekracht of een brandweerkracht die extra over is. De brandweerlieden die beroeps zijn, draaien een rooster van 24 uur op de kazerne en daarna 48 uur vrij. Tijdens een 24uurs dienst moet men o.a. boodschappen halen, eten klaarmaken, sporten, de kazerne schoonmaken, voertuigen onderhouden, en natuurlijk ook oefenen. Dit doen zij dus in een tijdbestek van 24 uur. Wanneer het alarm gaat laten zij alles liggen en gaan gelijk met het desbetreffende voertuig op pad wat gealarmeerd is. Dit kan dus in een winkel zijn terwijl zij boodschappen aan het doen zijn. Dat kan dus betekenen dat zij later tijdstip terug naar de winkel moeten. Wanneer de 'beroeps' bezet zijn voor een langere tijd, komen de vrijwilligers de kazerne herbezetten.
De vrijwilligerskazerne:
De vrijwillige kazernes zijn het zelfde als een beroeps kazerne. Enkelt is de vrijwillige kazerne niet bemand. In sommige plaatsen zijn er overdags wel beroepskrachten aanwezig. Dit zijn veelal mensen die zelf bij het betreffende vrijwilliger korps zitten. Deze beroepsmensen bestaan vaak uit de commandant, preventist en of iemand die op de ademlucht werkplaats werkt. Wanneer er een oproep binnen komt laten ook zij alles liggen en begeven zich naar het voertuig. De wagen wordt dan aangevuld met vrijwilligers. Vrijwilligers hebben naast hun brandweer loopbaan een vaste werkgever. De ene is timmerman, de andere kantoormedewerker of werkt bij de gemeente. Al deze mensen hebben toestemming om bij een alarm naar de kazerne te gaan en de mens in nood te helpen. De vrijwilligers moeten ook binnen 8 minuten ter plaatse zijn. De vrijwilligers en beroeps zijn beide net zover met opleidingen. Beide kunnen ze dus alles! In Rotterdam beschikt de brandweer ook over vrijwilligers. Omdat een stad als Rotterdam bezet is met beroeps mensen. Worden de vrijwilligers opgeroepen voor bijvoorbeeld het herbezetten van de kazerne die een langere inzet heeft. Maar ook bij het sein middel of grote brand worden zij gealarmeerd. Zij begeven zich dan naar het brandadres al waar ze ingezet kunnen worden voor brand.
Hoe weet de brandweer waar ze moeten zijn:
De brandweer wordt doormiddel van het Communicatiesysteem P2000 opgeroepen wat als volgt gaat. Er is bijvoorbeeld een brand in een woning. U belt dan naar de Regionale Alarmcentrale om vervolgens de melding te melden. De brandweercentralist voert in het GMS (Geïntrigeerd Meldkamer Systeem) de straat, plaats en wat er aan de hand is. Dit systeem bekijkt dan welke voertuigen er moeten uitrukken. In dit geval wordt een brand gemeld. Het GMS geeft dan aan dat er twee tankautospuiten en een autoladder moeten uitrukken. Het is dus van groot belang dat er de juiste straatnaam wordt doorgegeven en de juiste plaats. Voor de centralist is het op dat moment alleen nog maar een kwestie om op de knop 'alarmeer' te drukken. Het alarmeringsbericht wordt via het netwerk P2000 verzonden, maar ook via een soort SMS. Deze laatste zorgt er voor dat de porto van de bevelvoerder een sms’je krijgt maar ook dat de straat en de plaats in de MDT (Mobiele Data Terminal) komt te staan. Zo'n P2000 bericht ziet er dan als volgt uit: PRIO 1 TS321 TS331 AL331 Grote Beer Rotterdam Gebouwbrand
De communicatie tussen de bevelvoerder, de alarmcentrale en of de manschappen vindt plaats via het systeem C2000.
Tijdens de uitruk geeft de alarmcentrale een incidentengroep mee aan het voertuig. De voertuigen schakelen dan naar dat kanaal toe om met elkaar te kunnen communiceren. Wordt er verder opgeschaald tijdens een incident, worden ook die voertuigen verzocht om naar dat betreffende incidentenkanaal over te schakelen.
De taken van de brandweer:
De brandweer is een brede hulpverleningsdienst. De taken zien er als volgt uit:
*Brandbestrijding: Een taak die algemeen is voor de brandweer. Het bestrijden van woningbranden, maar ook buitenbrandjes.
*Technische hulpverlening: Bij deze taak kan bijvoorbeeld een persoon die bekneld zit in een voertuig of een machine bevrijd worden. De brandweer heeft diverse soorten middelen om dit zo snel mogelijk te kunnen uitvoeren.

*Hulpverlening: Hulpverlening bestaat uit allerlei soorten en maten. De technische hulpverlening laten we in dit stuk weg. Deze is hierboven al beschreven. De brandweer doet natuurlijk meer. Wat doen zij dan nog meer: Wateroverlast (zowel binnen als buiten), dieren in nood, mensen vast in een lift, stormschades, assistentie ambulance en assistentie politie. Deze taken kan de brandweer zo goed als oplossen.
*Wateroverlast en stormschade: De brandweer rukt regelmatig uit voor wateroverlast, deze ontstaan vaak na een heftige regenbui. Maar ook wanneer de drinkwaterleiding springt, of zoals een paar jaar geleden in Rotterdam, de stadsverwarming die klapt. De brandweer probeert dan zodanig op te treden dat schade beperkt blijft. Valt er een boom over de weg, op een auto, of dreigt een boom op een huis te vallen, waaien er dakplaten van het dak of vallen er tegels van een groot gebouw? De brandweer rukt ook uit bij stormschades. Ook hier proberen zij have en goed te redden. Omgevallen bomen op wegen worden ook door brandweerlieden vrijgemaakt. Deze situaties komen een paar keer per jaar voor in Nederland. De brandweer rukt dan tientallen keren uit om burgers de helpende hand te bieden.
*Dieren in nood: Van groot tot klein. Kat in de boom of op het dak, of een paard of koe te water. Als er maar een dier in nood is komt de brandweer ter plaatse om deze te redden.
*Assistentie aan ambulance en politie: Sinds enkele jaren rukt de brandweer ook uit voor AED-inzetten. AED staat voor Automatische Externe Defibrillator. Naast het uitrukken voor reanimatie’s wordt de brandweer ook vaak opgeroepen voor het uit de woning halen van slachtoffers doormiddel van de ladderwagen, maar ook til-assistentie zit in het pakket.
Assistentie aan de politie kan veelzijdig zijn. Zo kan de ladderwagen ingezet worden om assistentie te verlenen aan het arrestatieteam maar ook inbrekers van het dak afhalen. Tevens kan er een verzoek gedaan worden aan de brandweer voor het openen van een deur.
*Gevaarlijke stoffen: Wanneer er een gevaarlijke stof is vrijgekomen word de brandweer ook direct ingeschakeld. Zij bezitten over de enige kennis én uitrusting om dit soort meldingen aan te pakken. Zij hebben daarvoor ook diverse verschillenden pakken en voertuigen.
*Duikteam: De brandweer beschikt ook over een duikteam. Zij komen in actie wanneer er bijvoorbeeld een auto te water is geraakt of een persoon te water. Speciaal opgeleide brandweermensen zullen dan een duikpak aantrekken en met de grootste zorg en veiligheid het water betreden, om een persoon er zo snel mogelijk uit te krijgen.

* Hoogte-reddingsteam: Dit team bestaat uit getrainde brandweermensen die reddingen op hoogte en diepte kunnen uitvoeren. Voor Rotterdam-Rijnmond is deze taak ondergebracht bij de Gezamenlijke Brandweer. De mannen rukken uit vanaf de kazerne Elbeweg. Met hun enorme voertuig komen zij ter plaatse en klaren de klus. Dit team heeft de afgelopen jaren zijn nut bewezen. Zoals het assisteren bij het redden van een glazenwasser of herinnerd u zich nog de man die met zijn arm tussen de Spijkenisserbrug vast zat?

*Vlietgtuigbrandbestrijding: De brandweer Rotterdam-Rijnmond werkt op dit gebied samen met de brandweer van Rotterdam-Airport. Deze laatste is dan ook eigenlijk een aparte brandweertak. Met een enorme bluscapaciteit zorgen zij voor een snelle brandbestrijding bij een eventueel gecrasht vliegtuig. Op Rotterdam-Airport heeft de brandweer niet alleen de taak om op te treden bij vliegtuigbranden of crashen. De brandweer treedt op eigen terrein op als EHBO-ploeg. Zij assisteren daar de BHV’er en beslissen of er een ambulance ter plaatse moet komen. Dit gaat dus verder dan alleen een verbandje leggen. Doordat het MMT op het vliegveld gestationeerd is kunnen er bij eventueel gewonden, reanimatie of anders, snel ingegrepen worden. De brandweer staat ook stand-by bij het tanken van vliegtuigen waar nog mensen inzitten. Dit heet de zogenoemde 'tankpreventie'. Wanneer het hard sneeuwt en Nederland zich wit kleurt, bemannen de brandweermannen de sneeuwschuivers en de strooiwagens en houden de start- en landingsbaan ijsvrij. Door de taken van de brandweer op Rotterdam-Airport kan er 24 uur per dag veilig geland worden. De brandweermannen van Rotterdam-Rijnmond krijgen dan ook de module vliegtuigbrandbestrijding. Wanneer er serieus iets gaande is, treden de brandweer van Rotterdam-Airport en brandweer Rotterdam-Rijnmond op om de situatie snel 'meester' te zijn.
U ziet dus dat de brandweer heel wat werk verzet en verricht. Vandaar dat de brandweer ook regelmatig oefent om alle technieken bij te houden en ook nieuwe aan te leren.
De voertuigen van de brandweer:
De brandweer beschikt over een groot arsenaal aan verschillende voertuigen. Dat zijn er zoveel dat ze niet eens allemaal vermeld kunnen worden. De belangrijkste willen wij toch aan u voorstellen:
*Tankautospuit: Dit voertuig is het belangrijkste stukje materiaal wat de brandweer heeft. Met dit voertuig worden de eerste handelingen op de plaats incident aangepakt. Het voertuig rukt uit met zes man. Deze bemanning bestaat uit een pompbediende (tevens chauffeur), de bevelvoerder en vier manschappen. De bemanning is natuurlijk niet iedere wacht eender. De wachtcommandant geeft iedere wacht de manschappen een ander nummer. Aan het nummer zitten taken gekoppeld. Elke wacht weet dus bijvoorbeeld bij 'nummer 1' wat hij moet doen, en wat er verwacht wordt bij een incident. De tankautospuit heeft een waterinhoud van 1500 liter. In andere delen van Nederland bestaat deze tank in een 2500 liter uitvoering. Het voertuig heeft twee hogedruk stralen. Ook wel 'nevel' genoemd. Deze twee stralen worden het vaakst bij woningbranden ingezet. Hiermee bestrijdt de brandweer dus de meeste branden. De lagedruk slangen worden gebruikt bij grotere branden denk bijvoorbeeld aan loodsbranden. Hoe raar het ook is, maar deze lagedruk stralen leveren meer water op dan een hogedruk straal. Op het voertuig bevinden zich ook de chemicaliënpakken, deze pakken worden gebruikt bij eventueel gevaarlijke stoffen. Als men met deze pakken het incident niet kan oplossen wordt het gaspakkenteam erbij gehaald. Ook bevind er zich redgereedschap op het voertuig, dit gereedschap bestaat uit een ram, schaar en een spreider. Met dit gereedschap kan men bijvoorbeeld een bekneld slachtoffer bevrijden. Mocht de bevelvoerder besluiten zwaarder materieel te gebruiken, dan wordt het hulpverleningsvoertuig erbij gehaald.
*Hulpverleningsvoertuig: Dit voertuig moet u eigenlijk zien als een groot magazijn dat op wielen overal naartoe gebracht kan worden. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is wel aanwezig in dit voertuig. Sommige hebben zelfs een kraan achterop die voor allerlei doeleinden ingezet kan worden. Bijvoorbeeld door er een paardenbroek aan te hangen en dan vervolgens met een kraan een paard uit de sloot te tillen. Kortom, een alleskunner met veel gereedschap.
*Autoladder / hoogwerker: Het redvoertuig kan ook ingezet worden bij een assistentie voor een ambulance. Er wordt dan een brancardsteun op het bakje geplaatst. De bakkenist brengt het bakje naar het raam waarna men de brancard op de steun schuift. Op deze manier wordt het slachtoffer stabiel en horizontaal naar beneden gebracht. Beneden wordt de brancard van de steun gehaald en in de ambulance gelegd. Deze assistentie kan natuurlijk ook andersom, er kan ook een persoon terug de woning in begracht worden. Tevens kan men met het redvoertuig een reddingsbrancard onder het bakje hangen. Door deze in het water te laten zakken kunnen de duikers het slachtoffer in de brancard leggen. Op die manier wordt dan het slachtoffer op het droge gebracht. Ook kan men met het redvoertuig een duiker te water brengen, door middel van het bakje of onder het bakje een paal met een fietszadel hangen. Op deze wijze kan de duiker rustig het water ingezet worden om zijn zoekactie te beginnen. De autoladders en hoogwerkers hebben een werkhoogte van 31 meter. Naast het redden van personen op grote hoogte en het uit de boom halen van een kat, kunnen de voertuigen ook als blusser ingezet worden. Men plaatst op de korf een waterkanon waarna men vanaf grote hoogte een brand kan bestrijden.
*Duikwagen: Dit voertuig is een busje die duikers vervoerd en ook alle benodigde spullen daarvoor aan boord heeft. Meestal worden deze voertuigen op een grootschalig gebied ingezet omdat het een specialistenvoertuig is. Vaak zit er achter deze voertuigen ook een bootje waarmee de duikers te water kunnen worden gelaten.